Nieuws

Hof zet streep door constructie Temper: werkers zijn uitzendkrachten, geen zelfstandigen

Datum uitspraak: 16 juni 2026

Werkende mensen in de bouw als illustratie bij het nieuwsartikel

Het Gerechtshof Amsterdam heeft in een belangrijke uitspraak geoordeeld dat de werkers die via platform Temper opdrachten uitvoeren, in juridische zin werken op basis van een uitzendovereenkomst. Daarmee vernietigt het hof eerdere uitspraken van de rechtbank Amsterdam, die nog oordeelde dat geen sprake was van een uitzendrelatie.

Grote gevolgen voor platformwerk en schijnzelfstandigheid

De zaak was aangespannen door vakbonden FNV en CNV. Zij stelden dat veel werkers op het platform van Temper ten onrechte als zelfstandige worden behandeld, terwijl feitelijk sprake is van uitzendwerk. Volgens de bonden leidt dit tot schijnzelfstandigheid en worden werknemersrechten en cao-bepalingen omzeild.

Temper presenteert zichzelf als een digitaal platform waar opdrachtgevers en werkers rechtstreeks overeenkomsten sluiten. Het hof kijkt echter verder dan de contractuele vormgeving en concludeert dat de feitelijke werkwijze voldoet aan de wettelijke kenmerken van een uitzendovereenkomst zoals bedoeld in artikel 7:690 BW.

Rechtbank teruggefloten

De rechtbank Amsterdam had eerder geoordeeld dat geen sprake was van een uitzendovereenkomst. In hoger beroep kwam het hof tot de tegenovergestelde conclusie. Het hof stelt expliciet vast dat tussen Temper en de werkers wel degelijk een uitzendovereenkomst bestaat en heeft daarom verschillende vorderingen van de vakbonden toegewezen.

Bij zijn beoordeling verwijst het hof onder meer naar recente jurisprudentie van de Hoge Raad, waaronder de bekende Deliveroo- en Uber-arresten. Die uitspraken maakten duidelijk dat bij de beoordeling van arbeidsrelaties vooral gekeken moet worden naar de feitelijke uitvoering van het werk en niet uitsluitend naar de gekozen contractvorm.

Ook relevant voor de Waadi

Voor de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi) is deze uitspraak eveneens van belang. De vakbonden voerden subsidiair aan dat Temper in ieder geval arbeidsbemiddeling verricht zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 onder b Waadi. Het hof heeft deze stellingen betrokken bij zijn beoordeling van de rol die Temper speelt tussen werkers en opdrachtgevers.

De uitspraak bevestigt opnieuw dat digitale platformen niet automatisch buiten het arbeids- en uitzendrecht vallen. Wanneer een platform feitelijk arbeidskrachten ter beschikking stelt aan opdrachtgevers, kunnen de regels uit het uitzendrecht en de Waadi van toepassing zijn, ongeacht hoe de samenwerking contractueel wordt gepresenteerd.

Mogelijke impact op andere platformen

De uitspraak kan verstrekkende gevolgen hebben voor andere platformbedrijven die werken met zelfstandigen. Bedrijven die personeel via een platform koppelen aan opdrachtgevers zullen kritisch moeten beoordelen of hun werkwijze nog aansluit bij de huidige rechtspraak rond schijnzelfstandigheid.

Voor opdrachtgevers betekent dit dat zij mogelijk vaker te maken krijgen met verplichtingen uit cao's, uitzendregelingen en arbeidswetgeving wanneer zij gebruikmaken van platformarbeid. Voor werkers kan de uitspraak juist leiden tot meer bescherming, waaronder aanspraken op arbeidsvoorwaarden uit de uitzend-cao.

Zaakgegevens

  • Instantie: Gerechtshof Amsterdam
  • ECLI: ECLI:NL:GHAMS:2026:1612
  • Datum uitspraak: 16 juni 2026
  • Zaaknummer: 200.346.817/01
  • Onderwerp: Temper, schijnzelfstandigheid, uitzendovereenkomst, Waadi en platformarbeid.

Bron: Uitspraken

Terug naar nieuws